Het Kolibrie-principe

Bevroren sta ik in een zomerhete stad. Wat is dat? Er zit iets voor mijn gezicht. Zo dichtbij dat ik scheel kijk. Het flikkert draadloos in rode, groene en blauwe tinten. Met mijn handen houd ik stevig de rand van het balkon vast. Ik knipper, nogmaals en nogmaals, en ineens zie ik dat er een fonkelende kolibrie recht voor mijn neus hangt. Wat ontzettend mooi… blijf, denk ik verrukt, vlieg niet weg. Ik mag nu niet bewegen. Zit ik in een animatiefilm? Ik ben toch geen bloem? Hij zal met zijn lange snavel toch niet mijn neusgat ingaan? Daar heb ik geen nectar.

Ademloos bevind ik mij op de vierde verdieping van het ook al spannende SESC Pompéia gebouw van Lina Bo Bardi in São Paulo. Ik beleef een moment van slow motion en zie de vleugelslagen in sierlijke perfectie draaien. Heel langzaam beweegt mijn bovenlichaam zich achterover, ik knijp mijn handen nog steviger om de rand om zo stil mogelijk te blijven staan. Verdorie, ik verroer me. Weg. De kolibrie vliegt meteen naar de boom onder het balkon om van daaruit in een snelle vloeiende lijn zijn vlucht te vervolgen. Het is een blinkend bijoux dat ik lang kan blijven waarnemen totdat het uiteindelijk oplost in de stad. Wat een fabelachtige ervaring in deze urbane omgeving. Het maakt het bezoek aan het architectonisch- en inhoudelijk bijzondere SESC Pompéia gebouw nog meer bijzonder.

Sinds die gebeurtenis in 2007 heb ik het moment vaak opnieuw afgespeeld. Uiteindelijk bedacht ik vorig jaar het kolibrie-principe: ‘een kleine exotische eenheid in een groot stedelijk landschap’. Een denkbeeld dat op diverse manieren kan worden geïnterpreteerd, dat een schaalsprong in zich draagt, bijzonderheid in onmetelijkheid. Dit jaar paste ik het principe toe als curator van een tentoonstelling over erfgoed en beeldcultuur in het Chassépark in Breda. Er ontstond een geconcentreerde bonte expositie met de titel Popup@Chassé die niet hoefde te wedijveren met de schaal van het 27 hectare grote woonpark. Kortom als de schaal van de stedelijke ruimte te groot is voor een pakkende ingreep, kun je het kolibrie-principe toepassen en doe je het omgekeerde, je bedenkt een compact project, vol, uitheems, perfect met een hoge densiteit in zeggingskracht. Lina Bo Bardi had het goed begrepen.

Na São Paulo bezoek ik in Rio de Janeiro de twee eeuwen oude botanische tuin Jardim Botânico, er vliegen kolibries. Ik kom dichtbij ze, maar het gevoel van de close-up ontmoeting op het balkon van SESC Pompéia wordt niet geëvenaard. Het was de face-to-face positie van die ene kolibrie die plots in heldere polychromie mijn ruimte binnenvloog.

 

© Karin van Pinxteren, 5 augustus 2013

 

SESC Pompeia by Lina Bo Bardi© Iñigo Bujedo Aguirre

© Iñigo Bujedo Aguirre

Het SESC Pompéia gebouw in São Paulo is ontworpen door de architecte Lina Bo Bardi en gebouwd tussen 1977 en 1982. Het is een centrum voor vrije tijd, educatie en cultuur en herbergt onder andere een bibliotheek, sportzalen, een zwembad, galeries, theaters, en restaurants. Het uitgangspunt voor dit herbestemmingsplan was een industrieel complex uit het begin van de vorige eeuw. Lina Bo Bardi ontdekte dat het een van de eerste gebouwen was waarin beton was gebruikt en waarschijnlijk het enige dat nog in deze staat overeind stond in Brazilië. Ze pelde het gebouw af en legde de betonstructuur bloot, daarna voegde ze nieuwe betonnen delen toe. Het werd wereldwijd een voorbeeld voor vele andere herbestemmingsplannen. Zie voor meer informatie: Lina Bo Bardi: Together

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s