Magyar Posta

Een postzegel is een kleedje op een vloer. Dit kleedje moet mooi zijn, een lelijke postzegel kan het interieur van een kaart of brief verpesten. Grafisch ontwerper Hansje van Halem heeft na vele jaren van saaie postzegels hele mooie gemaakt, eerst van 44 en 88 cent, daarna met de waarde van 1 en 2. Het zijn zakenzegels, alleen verkrijgbaar op een rol van 100 of 200 stuks. Ik koop er zo af en toe tien of twintig voor privé post, dat kan hier bij de kantoorboekhandel, er staat een rol bij de kassa, op een dorp doen ze niet zo moeilijk.

Praag, september 2009. Het postkantoor is een donkere ruimte met enkele loketten van hout, aan elkaar geschakeld als een lambrisering. Door halve tussenruitjes wordt de postzegelwereld gescheiden van het openbare leven, voor mij bevindt zich een schatkamer. Ik ben aan de beurt, buk en vraag onder het glas door ‘Briefmarken für Holland bitte’. Onbewogen pakt de vrouw het hardbladige postzegelboek, ik watertand al. Ze beweegt geen spier in haar gezicht en kijkt me van achter het glas met toegeknepen ogen strak aan. De vrouw is enorm imponerend, met haar lichaam vult ze geheel het kleine hokje dat daardoor nog donkerder wordt, de klink van de deur móet in haar achterste staan als ze naar huis gaat flitst door me heen. Intussen heeft ze het boek bij de Hollandzegels opengeslagen, dat wil zeggen ‘Europa’. Ik schrik…sportzegels…gadver…ik aarzel en probeer met een zwaaiende hand of ze in haar goedgevulde boek nog een blad wil omslaan en buk weer. ‘Schöne?’ Misschien… maar er komt geen beweging in de vrouw en aan de lichte contractie in haar ogen merk ik dat ze zich ergert. Dit is haar roerloze aanbod, sportzegels kan ik krijgen en niets anders. Ze werkt op mijn zenuwen met haar woordenloze blik. Ik reken vijftien stuks af, we schuiven beiden onze handeling over de versleten toonbank, een postzegelmachine.

Verslagen stop ik ze in mijn tas. Niet gelukt, geen mooie buitenlandzegels. Ik had het anders aan moeten pakken. Maar hoe? Ik mis de vrouwencharmes van glimlachen en niets zeggen en draaien. Het lukt me niet, ik probeer het ook niet, ik voel me er doodongelukkig bij. Toneel, dat is het. Enkele keren heb ik de succesfactor ervan live gezien, een kinderstemmetje erbij en bingo. Vleien per meter, een kunst op zich, maar niet de mijne. Ik wijs en knik als een man van ‘hup, heb je nog andere?’ Zijn ze er niet dan neemt een man zonder verder te proberen de sportzegels, rekent af, steekt ze in zijn zak en gaat verder met andere dingen, klus geklaard. Dat is het moment dat ik weer vrouw word, ik kan de sportzegels niet zomaar kopen, dus denk ik langer na, treuzel en met een hoorbare diepe zucht reken ik uiteindelijk af. Eenmaal buiten baal ik enorm en ben tien minuten niet te genieten. Ik stop en kijk in mijn tas, het zal wel meevallen. De velletjes opdiepend verschiet ik, ze zijn superlelijk. Vanuit mijn ontevredenheid over de ambtenaar heb ik leedvermaak met de klink in haar reet, meteen daarna heb ik spijt van mijn platte gedachte en bedenk dat ze een product is van het communistische verleden, ze heeft niet geleerd wat klantvriendelijkheid is, ze kan er niets aan doen. Op mijn atelier lik ik de tapijtjes en richt de kaarten wat gelaten in.

De postzegels kwamen op mijn tiende, ik had een album, landen werden verdeeld. Na jaren haal ik het weer eens tevoorschijn. Het album is veel kleiner dan ik had verwacht, de kaft is minder groen, het koloriet is bij volwassenheid een stuk fletser en de zegels zijn gekrompen naarmate ik ben gegroeid maar veel zegels zijn me meteen vertrouwd zoals de grote zilveren Gauguin- en van Goghzegels uit Jemen, de fazant- en eendzegels uit Polen en de flamencozegel uit Spanje. Elke postzegel vertelt iets, een feit, een anekdote, soms een verhaaltje; schilderijen, historische personages, wereldleiders, dieren, gebouwen, stadsgezichten, bloemen en objecten in miniatuur, grafisch of fotografisch. Mijn album is een klein tijdsgewricht, een wereldkaart in stukjes en ik bedenk me de postzegelwereldbol. Een mooi ding.

Destijds kende ik niet alle landen maar vond bijna altijd wel uit waar ze lagen. Het grootste raadsel was Magyar Posta, want waar lag Magyar? Ik heb het toen niet gevonden en niemand kon het me vertellen. Op een gegeven moment wist ik zeker dat het in Azië moest liggen. Magyar, het klonk exotisch, de zon scheen er altijd en ze aten er nasi. Pas vele jaren later wist ik dat het Hongarije was. Nog kan ik het geheim van de woorden Magyar Posta ophalen.

Ik blader en vind mijn lievelingszegel, Erdefunkstelle van de Deutsche Bundespost.

 

© Karin van Pinxteren, 23 december 2013

 

Deutsche Bundespost | Erdefunkstelle

link naar de postzegels van Hansje van Halem

link naar de postzegelserie Industrie und Technik