Delen op hoog niveau

De druppende kraan heeft ook een voordeel, bijen vliegen af en aan om van het verse water te drinken. Honing en armoede lijkt in afgelegen gebieden samen te gaan. Het zoet van de eenvoud, ook in Albanië. Dat een kapot leertje de oorzaak is van een waterbron voor het volk van twee kleurige bijenkasten geeft troost aan dit versleten erf. De man wijst de plaats voor de tent, een plek op een hoger gelegen terras vooraan het terrein dat gebruikt wordt voor opslag van materieel. Even later staat het huisje van stof en blijken we de enige gasten.

In de bergen moet je vooruitkijken en vooral onthouden. Ik herinner me geen winkel of restaurant op deze route en op een onverwachte verblijf heb ik niet gerekend. Er is vast nog nog wel iets om de honger te stillen. Terwijl ik erover nadenk brengt de vrouw twee handen vol aardappels die ze met een geruststellende oogopslag op het tafeltje legt. Een lief gebaar, verse aardappelsalade is toch echt lekkerder dan een blikje ravioli. Wat stil van de vrijgevigheid schil ik de piepers en zet ze op het vuur. Om de smaak te versterken vertaal ik het woord ui op mijn mobiel, een ui durf ik nog wel te vragen. Na drie pogingen het abstracte woord uit te spreken ontvang ik lachend vier witte exemplaren. Met moeite lukt het me er twee terug te geven. Ik zag haar de uien uit een opslaghokje halen, haar handen groeven in een voorraadkist met knolletjes waarin iedere ui telt.

Op plaatsen met alleen maanlicht valt de avond als een zware lap. Het kwartier tot volledige duisternis is aanleiding om nog wat over het bescheiden kavel te snuffelen. Alles ziet er privé uit en dan is er nog de te vermijden hond die aanslaat, toch enkele algemene stappen zijn mogelijk. Na het afdalen van het terras kijk ik recht in de woonkamer van het echtpaar dat aan tafel zit. Het is een chalet waarvan ik bij aankomst dacht dat het de receptie was. Aardappels lagen te drogen op de houten vloer en de schuimrubber zitting van de bank had geen stoffen hoes dat had ik snel gezien. Dat dit schamele onderkomen het huis was zou ik nooit hebben geraden.

Hij heeft een zware stem, haar stem is hoog en hees. Twee tonen die op het stille terrein goed hoorbaar zijn. Er is wat gaande. De vrouw heft haar handen hoog en roept iets aan waarna ze op de tafel zakt en met haar bovenlijf en hoofd op het tafelblad blijft liggen. Hij blijft rechtop zitten en praat op een toon verder. Geschrokken kijk ik toe, dit is te privé en loop snel door. Het chalet met verlichte ramen en de dramatische scène is nog net zichtbaar in de schemer. De stemmen blijven aanwezig omdat het erf zich rond het huis bevindt.

Een terras lager ligt een bassin. Het eens fonkelnieuwe zwembadje is overtrokken met een groene waas inclusief het water dat op gelatine lijkt. Met de maan erboven en bergen rondom is het een geheimzinnig beeld. Mijn oren spitsen zich op een zacht gakkend geluid. Overtuigd dat het vogels zijn maar gedesoriënteerd door weerkaatsing komt het spoor uit op een geluid dat opstijgt uit het water. Voorzichtig zet ik mijn voet op de gladde rand, laat mijn ogen wennen. Tussen troebele bellen bevindt zich een kleine kikker die een prachtige aria opvoert. Zacht en ruimtelijk stijgen de klanken omhoog. Uiteindelijk blijken het er drie. In het licht van de zaklantaarn is zichtbaar dat ze met de poten wijd uiteen drijven en zo nu en dan onder duiken om zich daarna als een ballon weer omhoog naar het oppervlak van het water te liften, plop, en opnieuw deelnemen aan de opera. Dit heb ik nog nooit gehoord, het lijkt op het geluid van ganzen maar dan heel zacht. Nog beter dan het te omschrijven als zacht is het te omschrijven als klein, het zijn kleine geluiden. Wellicht verdikt deze plek de tonen door de alglaag, de terrassen en het gelatinewater, ontstaat er een private klank door omstandigheden. Op deze plek is een sprookje niet ver weg.

De ochtend begint vroeg, vanuit het stoffen huisje spits ik mijn oren. Onmiskenbaar is er de dialoog tussen de man en vrouw. Haar klank beweegt, die van hem niet. Ik besluit me te gaan wassen. De man bevindt zich op de veranda, met Russische bas voert hij een telefoongesprek. De vrouw heeft zojuist haar haren gewassen in het losse douchehok iets verder op het erf en wil me helpen met de douchekop waar nauwelijks water uitkomt. De douchekraan is lek, net als de buitenkraan waar de bijen aan drinken, wonderlijk is dat er heerlijk warm water uit komt. Een trekker is de afvoer zodat voor de douche na iedere wasbeurt een modderplas ligt. Ik lach vriendelijk naar de vrouw die wat kreunend rond het hok is blijven lopen. Ik wil haar niet krenken in haar uitgeputte opstal en gebaar dat het fijn was waarop ze aan de mouw van mijn bloes trekt en knikt. Ze draagt vandaag een bloemenjurk en een vestje, met haar natte haren in strakke scheiding ziet ze er zondags uit.

Een half uur later klinkt geronk en rijden twee auto’s strak het erf op, een kleine japanner gevolgd door een terreinwagen. Vier grote mannen stappen uit en er wordt joviaal gegroet. Het lijkt familie te zijn maar daar is bij langer kijken toch de lichaamstaal niet naar. Verkoopt het echtpaar iets dat op de vroege ochtend wordt opgehaald? Zijn het koks uit Schköder? Het zou kunnen, horeca en forse mensen gaan redelijk vaak samen. Verkopen ze fruit? Truffels? Honing?

Het is een kort bezoek, na wat kloppen op schouders en schudden van handen verdwijnen de vier mannen weer even snel als ze zijn gekomen in hun terreinwagen mét de oude Mercedes van het echtpaar, de kleine japanner blijft achter. Autohandelaren dus, die nog even lachend naar boven wuiven en met enigszins meewarige blik naar de setting van oude bus en kleine tent kijken. Ze hebben de bijen niet gezien, de kikkers niet gehoord. In de ogen van snelle dealers is alles sneu behalve geld. De autowissel illustreert de staat van het land waarin grote wagens het tempo en de ruimte bepalen.

De vrouw loopt meteen naar binnen en komt in werkkleding naar buiten. Haar gewassen haren en zondagse outfit was voor de autohandelaren en de deal. Een vorm van eerbaarheid en trots. Ik moet aan mijn oma denken, maar dat was veertig jaar geleden. Dit is nu, 1980 zit in 2019. Het hele gebeuren vindt voor 08:00 uur plaats. De dag begint met een nieuwe auto.

Voor de Koman boottocht moeten we op tijd weg. Ik wil nog graag een foto maken van het echtpaar dat ontspannen op de veranda zit. Terwijl ik knik met mijn camera staan ze op, schikken hun kleding en wordt de foto een staatsieportret. Het ontspannen beeld van het zittende echtpaar was mijn doel maar het gegeven van camera en ziel doet me altijd vragen of het mag wat daarna meestal officieel wordt. Ik wijs naar de auto en geef ze een opgeheven duim, meteen zie ik een deuk. Ze moeten echt arm zijn. De vrouw wijst naar de toch blij kijkende man, dat het zijn auto is en wijst daarna naar zichzelf nee-knikkend met een onzichtbaar stuur in haar handen. Ineens besef ik dat de vrouw zich niet kan verplaatsen, dat ze geen rijbewijs heeft en afhankelijk is.

Fietsen kan maar waar naar toe? Liften kan wel, dat is hier gebruikelijk, maar niet handig. De versleten idylle met bijenkraan en kikkeropera wordt ineens beklemmend. Een vrouw zonder rijbewijs in de bergen is geen aanlokkelijk idee. Ging haar klaagbede voorgaande avond daarover? Of over de afbetaling van de nieuwe gedeukte auto? Of het uitblijven van toeristen?

Door haar kordate blik spat mijn onrust uiteen en zie ik dat ze de situatie de baas is. Dit is duidelijk haar wereld én die van hem. Hij wil geen extra geld voor de aardappels en uien, weigert resoluut mijn gift. Om toch iets te willen doen overhandig ik hem een pot amandelpasta uit Nederland die omgerekend evenveel kost als de overnachting. Dat vertel ik ze natuurlijk niet, dat zou een belediging zijn. Gelukkig nemen ze het aan.

Verschillende gedachten zwerven daarna door mijn hoofd; Dat dit leven zonder luxe is. Dat mens en dier door slijtage vergroeien. Dat een blauwe zwembadfase voorafging aan de betoverende kikkeropera. Dit avondsprookje een gevolg is van teruglopend toerisme omdat de hedendaagse toerist wil worden en niet zijn. Dat een nieuw leertje voor de bijen funest is. Het kapotte sanitair en het versleten huis hun werkelijkheid. Dat ze oprecht blij zijn met hun nieuwe gedeukte auto. Dat die grote man in dat kleine wagentje moet. Honing niet bij autohandelaren past. Maar vooral dat de gift van aardappels en uien, wat simpel lijkt maar uit eigen grond komt, geplant, verzorgd en geoogst in een omgeving met schaarste, een vorm van delen is op hoog niveau.